De RAL Waaier


De RAL waaier. Contradictie tussen techneuten en esthetici

De RAL waaier, voor velen een zegen. Echter voor esthetisch creatieve vormgevers een ramp. Persoonlijk zou ik hem het liefst in de vuilnisbak gooien. Helaas kan ik me dat niet permitteren. Velen onder u zullen nu misschien denken dat mens is gek! Daarom wil ik graag een poging wagen een en ander toe te lichten.

Creativiteit is geen alleengoed van vormgevers. Ieder individu bezit zijn eigen vorm van creativiteit. De een is b.v. technisch creatief (denk hierbij aan het continue ontwikkelen van nieuwe producten). De ander uit zijn creativiteit in koken, management, schrijven, tuinieren, mode of motoren. Kortom iedereen kan in zijn/haar beroep of manier van leven creatief zijn. Creativiteit is niet alleen gerelateerd aan een visuele uitingsvorm maar een denkwijze, c.q. belevingsvorm.

Wat is dan het probleem zult u denken en wat heeft dit te maken met de RAL waaier?
Het probleem zit in het volgende. Ondanks dat ieder individu creativiteit bezit, kan de uitingsvorm echter totaal verschillend zijn. De haat/liefde verhouding ten opzichte van deze waaier bemoeilijkt de communicatie tussen de diverse disciplines. Techneuten zweren bij RAL en esthetici vervloeken hem. Mijn ervaring is dat overleg tussen deze disciplines moeizaam kan zijn. De combinatie technisch/esthetisch alsmede vormgevend/technisch denken, komt men net zo weinig tegen, als de combinatie literatuur/wiskunde. Dit probleem zetelt in onze hersenen. Bij de meesten van ons is de ene helft beter ontwikkeld dan de andere helft. De combinatie van talenten zoals ik boven heb beschreven zit helaas over deze twee helften verdeeld. Pas als men bereid is zich te verplaatsen in de gedachtegang van de ander kan dit tot win/win resultaten leiden.

Bijvoorbeeld:
Ik ben werkzaam bij een woningstichting. Deze woningstichting werkte in het verleden met een kleurselectie uit de RAL waaier. Deze selectie achtte men inmiddels sterk verouderd en aanpassing c.q. uitbreiding aan de eisen van deze tijd is gewenst. Dit wilde men grondig aanpakken. De woningstichting onderzocht de functie van de waaier, de doelgroepen, de technische- bouwfysische- en esthetische aspecten alsmede de logistieke procedure.

Mijn taak in deze procedure was in samenwerking met de woningstichting en het C.O.T. een waaier samen te stellen die beantwoordde aan het ‘programma van eisen’. Mijn idee was om eerst maar een keer om de tafel te gaan zitten om de communicatie zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

Als handvat voor dit gesprek had het C.O.T., uit de RAL, waaier een aantal kleuren geselecteerd die zij geschikt achtten voor buitenschilderwerk. Hier heb ik op mijn beurt een visualisatie van gemaakt (126 RAL kleuren). Tevens heb ik een selectie van kleuren gemaakt die mijn voorkeur hebben (176 NCS kleuren). Kleurnummers zijn een abstract gegeven en niemand kan zich aan de hand van zo’n lijst een juist beeld van de exacte kleur vormen. Vandaar dat knip en plakwerk noodzakelijk is. Kleur is visueel en door middel van deze ‘kleurplaten’ kon ik goed de sfeer tussen de twee voorstellen aantonen.

Dit is mijn visie: kleurgeven met respect voor de mens, architectuur, kleur en omgeving. Deze aspecten heb ik uitgediept in mijn vorige column’s. Mijn selectie heb ik samen-gesteld vanuit deze visie. Als kanttekening dien ik hier wel te geven dat ik het overigens wel met de technici eens ben dat als een kleur esthetisch wel, maar technisch niet verantwoord blijkt, het middel erger is dan de kwaal.

Terugkomend op het overleg met de woningstichting
De technische dame en heren van het bedrijfsbureau die bij dit gesprek aanwezig waren zagen door middel van deze visualisaties dat het voorstel van het C.O.T. alsmede het esthetische deel van het programma van eisen niet met elkaar te verenigen waren. De RAL waaier heeft veel verzadigde kleuren en enkele ‘witten’, maar mist de noodzakelijke tussentinten.

De RAL selectie welke ik aangeboden kreeg als werkmateriaal ontlokte mij de uitspraak: ‘Wat jullie mij aanbieden als ingrediĆ«nten is ranzige boter en oude vis en dan verwachten jullie van mij dat ik daar een koningsmaal van bereid.’ Met algemene stemmen werd aanvaard dat mijn kleurselectie wordt voorgelegd aan het C.O.T. om deze te toetsen op technische aspecten.

Alle gesprekspartners waren het erover eens dat de RAl waaier niet het uitgangspunt kan en mag zijn in een programma van eisen waarin de aspecten esthetica en welbevinden zijn genoemd.

Als conclusie wil ik graag stellen: techneuten en esthetici kunnen wel degelijk samenwerken als de wil er is. Tenslotte hebben we ook een gemeenschappelijk doel. Uiteindelijk bouwen en schilderen we voor mensen.

Marijke van Loon, kleurspecialist

Eisma’s Schildersblad, nr. 24, 5 april 2001